|
|
|
Omgeving Oostmalle |
 |
|
 |
 |
Omtrent de oorsprong van het woord "Malle" raken taalkundigen het
niet eens: een "uitgestrekte vlakte, grens of halte" enerzijds, maar
meer waarschijnlijk een plaats waar de Franken hun rechtspraak
hielden - "Mallum" of "Maalberg".
De naam Malle duikt voor het eerst op in 1194, wanneer de bisschop
van Kamerijk het altaar van Malle (en Vorsele) aan het kapittel van
Onze Lieve Vrouw van Antwerpen schenkt.
Voordien vormde Oostmalle - Westmalle - Zoersel eeuwenlang één
heerlijkheid: Malle, deel uitmakend van het Graafschap Taxandrië. |
 |
Sinds 1794 zijn er Cisterciënzers “Trappisten” in Westmalle
aanwezig. In de statige abdij met haar pittoreske
campanile-toren wordt sinds 1836 het alom gekende en gesmaakte
trappistenbier gebrouwen. De strenge leefregel binnen de
kloostergemeenschap laat bezoek aan de abdij of de brouwerij evenwel
niet toe.Een wandeling rond de abdij is echter niet te versmaden en
zal de smaak van de daarna gedegusteerde trappist alleen maar
versterken! |
Het domein de Renesse
ligt middenin een natuurgebied
van 60 ha, met 2 km aangelegde wandelwegen en nog evenveel in
voorbereiding. Het domein is het hele jaar gratis toegankelijk.
Het sedert 1982 geklasseerde kasteel in dit domein kende een woelige
geschiedenis. Na de verwoesting van de 15de eeuwse burcht in 1542,
bouwde Jan van Renesse een nieuw en groots kasteel. Beroemde
bezoekers waren keizer karel V, Willem de Zwijger en landvoogdes
Margaretha van Parma. |
 |
In 1830 werd door burggraaf du Bus de Gisignies het domein volledig
onder handen genomen. Naast de Engelse tuin, kan men hier
merkwaardige uitheemse bomen ontdekken, zoals de sequoia of
mammoetboom. Rond 1900 kwam het domein, na huwelijk, terug in het
bezit van de familie de Renesse. Graaf Maximiliaan de Renesse
verbouwde het kasteel in Vlaamse neo-renaissancestijl.
Thans is de gemeente Malle eigenaar van het domein dat wordt beheerd
door de vzw Domein de Renesse. |
|
|