De
oorsprong van Koekelare...
Op het grondgebied van wat nu Koekelare is, woonden
al vóór 2000 v. C. bronstijdboeren, wat men afleidt
uit een aantal grafvelden met kringvormige
brandgraven die zij nalieten. Die bewoning bleef
tijdens de Keltische ijzertijd, wat men afleidt uit
keramiekvondsten en sporen van ijzerbewerking.
In de Gallo-Romeinse periode bleef de eeuwenoude
Brugse Heirweg verder een belangrijke weg en kwam er
een Romeinse legerweg bij, nl. de Steenstraat. Deze
straat vormt tegenwoordig een deel van de zuidgrens
van de gemeente. Er zijn een groot aantal scherven,
een brandgraf en talrijke karrensporen uit die tijd
teruggevonden, wat laat vermoeden dat er een
bloeiende nederzetting bestond.
Germanen (Franken) namen na de Romeinse periode de
nederzetting over en gaven haar de naam Coclars. De
twee delen van die naam betekenen: coc of kook is
heuvel, verhevenheid en lars of lare is open plek in
een bebost, moerassig gebied. Die situatie is
herkenbaar als de wat verheven plaats waarop de
parochiekerk verrijst, en die zelfs nu nog, vooral
in het zuiden, met poelen en zompige plaatsen is
omringd.



