Over de eerste bewoners van Kachtem is niets bekend.
In voorhistorische tijden leefden hier de Menapiërs
in hun bossen. De volksstammen die zich
verplaatsten, volgden de bestaande waterlopen en
zochten een vaste woonplaats. Zo kwamen hier de
eerste nederzettingen aan de Mandel. Ook de Romeinen
zijn hier voorbij getrokken, want in 1909 werd nabij
de Rhodesbeek een Romeins muntstuk gevonden. Rond de
jaren 400 kwamen de Franken, verdreven de meeste
bewoners en vestigden zich ter plekke. Hun taal, het
Germaans, vermengde zich met de taal van de
Menapiërs, tot het Vlaams dialect dat er van toen
werd gesproken.
Onze parochie moet nu ongeveer 1000 jaar bestaan.
Uit 1116 is er een document bewaard over de
parochiekerk van Kachtem, dat toen de naam 'Cackingeheim'
heette.
Als zelfstandige gemeente bestaan we echter nog niet
zo lang. Pas in 1789 werd ze gesticht door de Franse
bezetter. Vroeger bestonden de gemeenten uit
heerlijkheden: gebieden die afhankelijk waren van
een heer. Kachtem had vier heerlijkheden, waarvan
het 'Rhodesgoed' en het 'Meeseghemgoed' de bekendste
zijn. Beide heerlijkheden blijven bewaard in een
straatnaam.
De bevolking
evolueerde: in 1846 telden wij 1757 inwoners; 100
jaar vroeger waren er dit maar 628. Juist voor de
Tweede Wereldoorlog telde Kachtem ongeveer 1600
zielen. Vandaag is de bevolking meer dan verdubbeld,
zo'n 3700 inwoners. Veel mensen uit de stad kwamen
naar Kachtem, waar het goed is om te wonen en waar
nog de aloude dorpsmentaliteit heerst.
Het verenigingsleven kent hier nog een zekere bloei
(zie de talrijke bonden en verenigingen). Je vindt
hier goed draaiende culturele verenigingen, sociale
verenigingen en hobbyclubs. Kortom voor wie zich in
het verenigingsleven wil uitleven is er voor elk wat
wils.

