|
TE KOOP : |
Ruddershove
8530 Harelbeke |
Prijs op kantoor ! |
| Nieuw woonerf met 21 stijlvolle woningen |
|
|
|
|
Omgeving Harelbeke |
|
 |
|
 |
 |
|
Harelbeke is ontstaan op de droge, zandige oever van
de rivier de Leie, ter hoogte van de uitmonding van
de Arendsbeek in deze rivier. Omstreeks 9000 voor
Christus werd het waterrijke Gavergebied reeds
herhaaldelijk door mensen bewoond. Op de Collegewijk
werden resten teruggevonden van een Romeins dorp.
Harelbeke komt aan bod in verhalen en overleveringen
die meestal eeuwenoud zijn. De meest bekende sage is
die van de forestiers die aan het graafschap
Vlaanderen en de stad Harelbeke ten grondslag zouden
liggen. De aanwezigheid van een grafelijk verblijf,
de stichting van een kapittel, de ligging aan de
Leie, de aloude weg van Kortrijk naar Gent, het
toekennen van een octrooi voor de productie van
laken en het houden van een markt, werkten het
ontstaan en de groei van het stadscentrum in de
hand. |
|
 |
Luidklokken in de Harelbeekse
kapittelkerk
Sedert het jaar 1300 duiken er in de archieven van het Harelbeekse
kapittel regelmatig vermeldingen op over het gebruik van klokken :
Campanae, Campana major, Campanae majores en Campanarum pulsator.
Op het einde van de 14e eeuw zijn in de Lage Landen drie
klokkengieters actief die zich “Van Harlebeke” of “Leenknecht”
noemen. In 1438 ontstond er tussen Michiel Leenknecht en het
Harelbeekse kapittel een conflict over het al dan niet aanvaarden
van een klok. De gieter verloor de zaak.
Van de oude klokken bleef niets bewaard. Ze werden vermoedelijk
vernield tijdens torenbranden in 1452 en 1570.
Vanaf 1600 moet de Sint-Salvatorkerk meer dan één klok gehad hebben
aangezien de kapittelrekeningen de betaling vermelden van
klokkenluiders. Op 18 juni 1712 gaat de kapittelproost voor in de
wijding van twee nieuwe luidklokken, gegoten door Ignatius De Cock
uit Heestert. Vermoedelijk gingen deze exemplaren verloren, opnieuw
tijdens een brand en nu in 1733. In de volgende jaren is er geen
spoor van het gieten van nieuwe klokken.
Pas in 1769, het jaar waarin de bouw van de nieuwe kerk begint,
wordt voor de eerste maal melding gemaakt van de hergieting van een
luidklok door Joris Dumery uit Brugge. |
|
De Leie ontspringt in het Franse Lisbourg en is 186
km lang, waarvan de helft op Belgisch grondgebied. In Gent mondt de
rivier in de Schelde uit. De bovenloop van de Leie, een steeds
bredere beek, stroomt door het Artesisch krijtplateau tot aan
Aire-sur-la-Lys.
Stroomafwaarts, vanaf de kruising met de
Kanaalverbinding Duinkerke-Schelde, is de rivier bevaarbaar voor
kleine binnenschepen en pleziervaartuigen. De waterloop zoekt er
langzaam zijn weg door een brede, lichtgolvende vlakte.
Tussen Houplines en Menen-Halluin heet de rivier de Grensleie: sinds
het Verdrag van Wenen (1815) vormt de Leie er de Frans-Belgische
grens. De sterk verstedelijkte en industriële Leievallei heeft ook
nog een aantal landelijke zones. Heel wat oude afgesneden
Leiebochten zijn in functie van natuurontwikkeling en recreatie
ingericht.
De Leie lag aan de basis van de bloeiende lakennijverheid van de
14de tot de 16de eeuw. Regelmatige overstromingen en het toenemende
scheepvaartverkeer gaven vanaf de 17de eeuw aanleiding tot
opeenvolgende fasen van kanalisering. De waterloop had een grote
betekenis voor de vlasnijverheid. In de 19de eeuw kreeg de Leie de
bijnaam ‘Golden River’, wat verwijst naar de kleur die het water
door het roten van vlas kreeg. Roten is een proces waarbij de
vlasvezel van de stengel losgeweekt wordt. In 1942 werd het
vlasroten in de Leie verboden wegens de watervervuiling en de hinder
voor de scheepvaart.
Van Deűlémont tot Deinze wordt de gekanaliseerde Leie voor schepen
tot 1.350 ton bevaarbaar gemaakt. Via de Deűle bereiken schepen de
haven van Lille (Rijsel). Het Kanaal Bossuit-Kortrijk zorgt voor de
verbinding met de Schelde en het Kanaal Roeselare-Leie voert naar de
Roeselaarse binnenhaven. Het 16 km lange Kanaal Roeselare-Leie werd
tussen 1862 en 1870 gegraven om het industriegebied Izegem-Roeselare
te ontsluiten. De schepen voerden vooral steenkool aan. Later
ontstonden langs het kanaal nieuwe industrieën, verbonden met
agrarische activiteiten, zoals voedings- en veevoederbedrijven en
met de bouwnijverheid, zoals cementverwerking. In de jaren 1930 en
1970-80 werd het kanaal verbreed en gemoderniseerd. De laatste
decennia kreeg het kanaal ook een toeristisch-recreatieve invulling
met mogelijkheden voor hengelen, watersport en toervaart.
Vanaf Deinze heeft de Leie haar oorspronkelijke karakter behouden.
De rivier stroomt door een groen en cultuurhistorisch rijk landschap
met wei- en hooiland en pittoreske dorpen. Het Afleidingskanaal van
de Leie zorgt voor de scheepvaartverbinding met het Kanaal
Gent-Oostende en de waterafvoer van het Leiebekken. |
De Koutmolen
De Koutermolen, nu opgesteld in het provinciaal domein De Gavers,
heeft een heel bewogen geschiedenis achter de rug. Te Stacegem was
de eerste houten korenmolen op de Veldwijkkouter opgericht door een
lid van de familie Gheysens tussen 1768 en 1789. Op het Landboek van
Harelbeke-Buiten uit 1768 wordt er immers nog geen molen vermeld en
toen bestond hij dus zeker nog niet, terwijl de Kaart van de
Steenweg Harelbeke-Zwevegem uit 1789 hem wél toont. De wijk waar hij
stond heette toen in de volksmond de Veldwijkkouter. Het was een
houten graanmolen, een standaardmolen met afdak over de molenvoet.
De eerste molenaar was een zekere Pieter Gheysens. |
 |
|