Lumaro Vastgoed
Tel : 050/28.02.65
Koningin Astridstraat 27
8210 Veldegem (Zedelgem)

Home   Adresgegevens   E-mail sturen   Medewerkers   Inschrijving

TE KOOP :

Ruddershove
8530 Harelbeke

Prijs op kantoor !

Nieuw woonerf met 21 stijlvolle woningen  

 

Omgeving Harelbeke

Harelbeke is ontstaan op de droge, zandige oever van de rivier de Leie, ter hoogte van de uitmonding van de Arendsbeek in deze rivier. Omstreeks 9000 voor Christus werd het waterrijke Gavergebied reeds herhaaldelijk door mensen bewoond. Op de Collegewijk werden resten teruggevonden van een Romeins dorp. Harelbeke komt aan bod in verhalen en overleveringen die meestal eeuwenoud zijn. De meest bekende sage is die van de forestiers die aan het graafschap Vlaanderen en de stad Harelbeke ten grondslag zouden liggen. De aanwezigheid van een grafelijk verblijf, de stichting van een kapittel, de ligging aan de Leie, de aloude weg van Kortrijk naar Gent, het toekennen van een octrooi voor de productie van laken en het houden van een markt, werkten het ontstaan en de groei van het stadscentrum in de hand.

Luidklokken in de Harelbeekse kapittelkerk
Sedert het jaar 1300 duiken er in de archieven van het Harelbeekse kapittel regelmatig vermeldingen op over het gebruik van klokken : Campanae, Campana major, Campanae majores en Campanarum pulsator.
Op het einde van de 14e eeuw zijn in de Lage Landen drie klokkengieters actief die zich “Van Harlebeke” of “Leenknecht” noemen. In 1438 ontstond er tussen Michiel Leenknecht en het Harelbeekse kapittel een conflict over het al dan niet aanvaarden van een klok. De gieter verloor de zaak.
Van de oude klokken bleef niets bewaard. Ze werden vermoedelijk vernield tijdens torenbranden in 1452 en 1570.
Vanaf 1600 moet de Sint-Salvatorkerk meer dan één klok gehad hebben aangezien de kapittelrekeningen de betaling vermelden van klokkenluiders. Op 18 juni 1712 gaat de kapittelproost voor in de wijding van twee nieuwe luidklokken, gegoten door Ignatius De Cock uit Heestert. Vermoedelijk gingen deze exemplaren verloren, opnieuw tijdens een brand en nu in 1733. In de volgende jaren is er geen spoor van het gieten van nieuwe klokken.
Pas in 1769, het jaar waarin de bouw van de nieuwe kerk begint, wordt voor de eerste maal melding gemaakt van de hergieting van een luidklok door Joris Dumery uit Brugge.

De Leie ontspringt in het Franse Lisbourg en is 186 km lang, waarvan de helft op Belgisch grondgebied. In Gent mondt de rivier in de Schelde uit. De bovenloop van de Leie, een steeds bredere beek, stroomt door het Artesisch krijtplateau tot aan Aire-sur-la-Lys.

Stroomafwaarts, vanaf de kruising met de Kanaalverbinding Duinkerke-Schelde, is de rivier bevaarbaar voor kleine binnenschepen en pleziervaartuigen. De waterloop zoekt er langzaam zijn weg door een brede, lichtgolvende vlakte.

Tussen Houplines en Menen-Halluin heet de rivier de Grensleie: sinds het Verdrag van Wenen (1815) vormt de Leie er de Frans-Belgische grens. De sterk verstedelijkte en industriële Leievallei heeft ook nog een aantal landelijke zones. Heel wat oude afgesneden Leiebochten zijn in functie van natuurontwikkeling en recreatie ingericht.

De Leie lag aan de basis van de bloeiende lakennijverheid van de 14de tot de 16de eeuw. Regelmatige overstromingen en het toenemende scheepvaartverkeer gaven vanaf de 17de eeuw aanleiding tot opeenvolgende fasen van kanalisering. De waterloop had een grote betekenis voor de vlasnijverheid. In de 19de eeuw kreeg de Leie de bijnaam ‘Golden River’, wat verwijst naar de kleur die het water door het roten van vlas kreeg. Roten is een proces waarbij de vlasvezel van de stengel losgeweekt wordt. In 1942 werd het vlasroten in de Leie verboden wegens de watervervuiling en de hinder voor de scheepvaart.

Van Deűlémont tot Deinze wordt de gekanaliseerde Leie voor schepen tot 1.350 ton bevaarbaar gemaakt. Via de Deűle bereiken schepen de haven van Lille (Rijsel). Het Kanaal Bossuit-Kortrijk zorgt voor de verbinding met de Schelde en het Kanaal Roeselare-Leie voert naar de Roeselaarse binnenhaven. Het 16 km lange Kanaal Roeselare-Leie werd tussen 1862 en 1870 gegraven om het industriegebied Izegem-Roeselare te ontsluiten. De schepen voerden vooral steenkool aan. Later ontstonden langs het kanaal nieuwe industrieën, verbonden met agrarische activiteiten, zoals voedings- en veevoederbedrijven en met de bouwnijverheid, zoals cementverwerking. In de jaren 1930 en 1970-80 werd het kanaal verbreed en gemoderniseerd. De laatste decennia kreeg het kanaal ook een toeristisch-recreatieve invulling met mogelijkheden voor hengelen, watersport en toervaart.

Vanaf Deinze heeft de Leie haar oorspronkelijke karakter behouden. De rivier stroomt door een groen en cultuurhistorisch rijk landschap met wei- en hooiland en pittoreske dorpen. Het Afleidingskanaal van de Leie zorgt voor de scheepvaartverbinding met het Kanaal Gent-Oostende en de waterafvoer van het Leiebekken.

De Koutmolen
De Koutermolen, nu opgesteld in het provinciaal domein De Gavers, heeft een heel bewogen geschiedenis achter de rug. Te Stacegem was de eerste houten korenmolen op de Veldwijkkouter opgericht door een lid van de familie Gheysens tussen 1768 en 1789. Op het Landboek van Harelbeke-Buiten uit 1768 wordt er immers nog geen molen vermeld en toen bestond hij dus zeker nog niet, terwijl de Kaart van de Steenweg Harelbeke-Zwevegem uit 1789 hem wél toont. De wijk waar hij stond heette toen in de volksmond de Veldwijkkouter. Het was een houten graanmolen, een standaardmolen met afdak over de molenvoet. De eerste molenaar was een zekere Pieter Gheysens.

Klik hier voor plannen   Klik hier voor foto's   Terug naar vorige pagina   Klik hier voor de beschrijving
Terug naar homepage   Klik hier voor prijzen